In deze richting staat het arbeidsrecht centraal, waarbij ook het socialezekerheidsrecht en de invloed van internationale normen op het nationale arbeidsrecht aan bod komen.
Arbeidsrecht is een spannend vakgebied. Het is van groot praktisch belang in bijna ieders leven. Tegelijkertijd spelen er zeer fundamentele rechtsvragen. Het mooie van het arbeidsrecht is dat het de academische verdieping én concrete dagelijkse praktijk met elkaar combineert. Niet onbelangrijk is dat de arbeidsmarktperspectieven van arbeidsjuristen, ook en misschien wel juist nu, goed zijn.
Een greep uit de vragen die spelen in dit vak. Kan een stewardess worden ontslagen wegens haar afwijkende haardracht? Behoudt een falende topbankier recht op zijn bonus? Mogen politieagenten en buschauffeurs staken? Is het ontslag van oudere werknemers niet veel te moeilijk, terwijl jongeren met allerlei onduidelijke flexbaantjes aan het lijntje worden gehouden? Zorgt het vrij verkeer van werknemers voor ontduiking van nationale beschermende regels? Kan wangedrag in privé-tijd tot ontslag leiden? Vragen die raken aan de grenzen van contractsvrijheid en de doorwerking van grondrechten en Europees recht in horizontale relaties. Wie met deze vragen leert werken, wordt een goed en breed georiënteerde jurist.